Leven op een landkaart
Inleiding op de film a.m./p.m. van Herman Asselberghs
door Anneroos Goosen, 2 april 2010
In dit werk toont Asselberghs een stad zonder identiteit. Deze stad is verlaten, er zijn geen mensen zichtbaar. Geen billboards, geen auto’s, niets wat erop wijst dat er menselijke aanwezigheid is. In slowmotion schrijdt de camera langs de gebouwen, omhoog en omlaag, langs immense wolkenkrabbers die opgaan in de zwarte nacht, langs betonnen torens waar enkele lichten branden en langs talloze flatgebouwen waar je naar binnen kan kijken maar geen beweging ontdekt. Deze stad is identiteitsloos; het zou elke metropool kunnen zijn. Deze gebouwen komen over de hele wereld terug en niets in beeld verraad hun herkomst. Deze gebouwen zijn zorgvuldig gefotografeerd en door Asselberghs zelf compositie gebracht, en zijn een groot collage van een niet-bestaande stad.
In 2002 is Asselberghs samen met kunstenares Els Opsomers en schrijver Pieter van Bogaert naar Palestina afgereisd voor een werkbezoek van 10 dagen. Ze wilden de situatie ter plekke met eigen ogen zien. Hij zegt zelf:
“Dingen die al jaren mijn hoofd bezet hielden door ze ‘s avonds laat aan te gapen op het doorlopende news channel. Ik wou af van mijn inlevingsmoeheid. Af van de mediarampen. Af van de sensationele achtergrondmuziek, de magnetiserende media-effecten. In de bezette gebieden kregen we al snel door dat het niet eenvoudig is om de situatie ter plekke te doorgronden.”
In het boek Suspended Time hebben de drie makers hun visies en ervaringen samengevat in zowel woord als beeld. Een van de observaties uit dit boek lijkt een belangrijke basis te leggen voor de film van Asselberghs; namelijk dat iedereen in de bezette gebieden blijvend lijkt te wachten op een radicale verandering.
Asselberghs heeft naar aanleiding van dit bezoek een tekst geschreven die in de film a.m./p.m. terugkomt als voice-over. Een jonge, Amerikaanse vrouw is hier aan het woord. Ze heeft het over de impact van belangrijke gebeurtenissen. Hoe deze je gevoel voor tijd kunnen veranderen, hoe langzaam de impact duidelijk wordt en elk detail voelbaar. Ze heeft het ook over 9/11, de beelden die op televisie voorbijkwamen, telkens weer in herhaling. Hoe de ernst van de situatie pas duidelijk werd met het besef dat er geen reclameonderbrekingen meer waren. Ze heeft het over angst, over bombardementen op Bagdad, Tikrit, Damascus en Kabul, en over de groenzwarte televisiebeelden van de nachtelijke bominslagen, de beelden die elke keer hetzelfde laten zien en nooit écht van elkaar verschillen. Ze zegt: “Breaking news is so déja-vu.”
Ze verteld openhartig hoe ze wacht op een nieuwe catastrofe, hoe ze er eigenlijk naar smacht. Het beeld van de brandende stad, waar elk moment een nieuwe bom kan inslaan, heeft haar zo onrustig gemaakt dat ze haast niet meer kan leven in de rust van het wachten.
Het probleem dat Asselberghs schetst in a.m./p.m. wordt inmiddels veel besproken; de huidige beeldcultuur schiet zoveel beelden op ons af dat we deze beelden als onze realiteit gaan zien. We leven in een consumptiemaatschappij maar het lijkt erop dat wijzelf degenen zijn die geconsumeerd worden door het alomtegenwoordige beeld.
De vrouw in de film vertelt over elf september, en ieders voorstelling van deze in essentie onvoorstelbare gebeurtenis ligt vast in de beeldenreeks die in de nasleep van deze dag op ons af is gekomen.
Volgens de Franse filosoof Jean Baudrillard leven wij in een hyperrealiteit. Dit heeft alles te maken met onze beeldenmaatschappij en hoe wij hiermee om gaan.
Baudrillard heeft het over het ‘simulacrum’; een nieuwe waarheid die verbergt dat er geen waarheid meer is.
Hij maakt deze gedachte duidelijk aan de hand van een kort sprookje van Luis Borgès; dit verhaal vertelt over een land waar de kaartenmakers zo’n ongelooflijk gedetailleerde landkaart hebben gemaakt dat deze net zo groot is als het rijk zelf. Het is een perfect replica van de werkelijkheid geworden. De mensen leven daardoor in de kaart zelf in plaats van in hun eigen rijk. Hoe zij de werkelijkheid zien wordt voorafgegaan door de kaart, en niet door het echte rijk. Deze nieuwe werkelijkheid is het simulacrum.
Het ontstaan van het simulacrum is volgens Baudrillard ook een geschiedenis van het beeld en is als volgt:
het [beeld] is de reflectie van een diepe werkelijkheid
het verbergt en vernietigt een diepe werkelijkheid
het verbergt de absentie van een diepe werkelijkheid
het heeft geen relatie meer met de werkelijkheid; het is zijn eigen simulacrum geworden
Beelden betekenen de moord van de realiteit; moordenaars van hun eigen model, hun eigen voorbeeld.
De realiteit wordt volgens Baudrillard zodoende overgenomen door de hyperrealiteit; de hyperrealiteit is een geprogrammeerde, overduidelijke, superstabiele, allesbevattende werkelijkheid die alle schijn heeft van de realiteit, maar niet meer is dan een platte kopie en dus niet de diversiteit en echtheid van de realiteit kent.
De realiteit wordt vastgelegd en geïnterpreteerd, en deze interpretatie ligt weer aan de basis van onze ervaring van wat wij denken dat de realiteit is. Zo leven wij kopie na kopie na kopie en zijn we steeds verder aan het vervagen en afvlakken.
Als ander voorbeeld van een simulacrum kan ik de vroegste beeldenstorm nemen: rond het jaar 800 was er een grote beweging van gevallen gelovigen die alle afbeeldingen van God vernietigden. Zij waren tot de dappere conclusie gekomen dat het afbeelden van God leidde tot aanbidding en verering van enkel nog zijn afbeeldingen; niet meer van de god zelf. De god zelf bestond namelijk niet, het enige wat echt was waren zijn afbeeldingen. God was zijn eigen simulacrum geworden. De afbeeldingen van hun verloren God droegen niets meer in zich. Jarenlang hadden zij geloofd in een perfect simulacrum.
De vrouw in a.m./p.m. vertelt dat ze mediabeelden niet meer los kan zien van de realiteit; de stad die zij ziet komt niet los van de context die zij via nieuwsbeelden heeft opgebouwd. De beelden die ze ziet gaan ruisloos in elkaar over, ze herhalen zichzelf en zijn niet in staat om de boodschap van de realiteit over te brengen, maar creëren een nieuwe realiteit die bij elke gebeurtenis weer wordt aangehaald.
Dit is het simulacrum van de media. Onze ervaringen berusten op interpretaties van de werkelijkheid, en onze realiteit kan hierdoor niet ‘waar’ zijn.
Asselberghs toont in a.m./p.m. de machteloosheid van de kijker, die onbewust onderdeel uit gaat maken van de werking van simulacra en de verwarring die plaatsvindt bij het gebeuren (of juist uitblijven) van ingrijpende gebeurtenissen.
Hij bevraagt in deze film de media en de kijker. Als wij de wereld vooral via de media binnenkrijgen, kunnen wij dan nog wel een objectieve kijk op de wereld behouden? De werkelijkheid bestaat dan enkel nog in het licht van beelden waar wij zelf geen controle over hebben, maar waar we wel van afhankelijk zijn.
We voelen ons verblind en overspoeld, maar worden we verblind door een teveel aan beelden of juist een tekort? Misschien moeten we constateren dat deze beeldenstroom een diversiteit mist. Of anderzijds dat het niet mogelijk is om de realiteit in beelden te vatten.